Airco in een huurwoning, VvE of monument: wat mag er?
De techniek is zelden het probleem. De verhuurder, de VvE-vergadering, de buren en de gemeente, dat zijn de horden. Zo neem je ze, en dit doe je als het echt niet mag.
Laatst bijgewerkt: 17 juli 2026
Het korte antwoord
Een mobiele airco mag altijd, ook in een huurwoning: er gaat niets aan de gevel, dus je hebt niemands toestemming nodig. Voor een split-airco met buitenunit ligt dat anders. In een huurwoning heb je schriftelijke toestemming van de verhuurder nodig, in een appartement moet de VvE-vergadering akkoord zijn, en bij een monument of beschermd stadsgezicht komt daar een omgevingsvergunning bij die je voor een unit in het zicht vrijwel nooit krijgt. Voor iedereen geldt sinds april 2021 bovendien een geluidseis van 40 dB ’s nachts bij de buren. Eerst vragen dus, dan pas kopen.
Huurwoning: vragen kost niets
De hoofdregel is simpel. Alles wat je zonder boren weer mee kunt nemen, mag gewoon: een mobiele airco, een ventilator, een raamafdichtingsset. Een split-airco is een ander verhaal, want daarvoor moet een buitenunit aan de gevel of op het dak en lopen er leidingen door de muur. Dat geldt als een zelf aangebrachte voorziening, en daarvoor heb je in de regel toestemming van de verhuurder nodig. Vraag die schriftelijk, want zonder toestemming kan de verhuurder verwijdering en herstel eisen, op jouw kosten.
Onze tip uit de praktijk: vraag het gewoon. Bij de zomers van nu doen meer verhuurders mee dan je denkt, zeker als je aanbiedt de installatie bij vertrek netjes achter te laten of tegen een schappelijk bedrag over te dragen. Een werkende split maakt de woning voor de volgende huurder aantrekkelijker, en dat weet je verhuurder ook. Leg de afspraken wel op papier vast: wie betaalt, wie onderhoudt, wat er bij vertrek gebeurt.
Het drukmiddel dat bijna niemand kent
Zegt de verhuurder nee en is je woning ’s zomers een oven? Dan is er een route die weinig huurders kennen. Een woning van vóór 2021 die structureel te heet wordt, kan juridisch een “gebrek” zijn. De vuistregel uit de praktijk van rechters en de Huurcommissie: het is binnen meer dan 300 uur per jaar warmer dan 26,5 graden, terwijl het buiten koeler is. Wordt dat aangetoond, dan kan huurverlaging worden afgedwongen tot het gebrek is verholpen. Sociale huur en middenhuur lopen via de Huurcommissie, de vrije sector via de rechter. Meld het probleem eerst schriftelijk bij je verhuurder; is het na zes weken niet opgelost, dan kun je de zaak starten.
Wel eerlijk: je eigen thermometer telt niet als bewijs. Rechters willen een meting of hitteberekening van een specialist, en de hele procedure is traag. Reken hier dus niet op voor deze zomer. Het is een drukmiddel om de verhuurder aan tafel te krijgen, geen snelle airco. Voor nieuwbouw vanaf 2021 geldt overigens een andere toets, de zogeheten TOjuli-berekening.
Appartement met VvE: eerst de vergadering, dan de installateur
In een appartementencomplex zijn de gevel en meestal ook het dak gemeenschappelijk eigendom. De buitenunit komt dus op een deel van het gebouw dat niet van jou alleen is, en daarvoor is in vrijwel alle gevallen toestemming van de VvE-vergadering nodig. Regel die vóór je een installateur belt, niet erna. Veel VvE’s vergaderen maar één keer per jaar, dus wie in juli begint, hangt vaak pas de volgende zomer.
Dan de frictie waar je in de praktijk tegenaan loopt: sommige VvE’s stellen eigen eisen die strenger zijn dan de wet, bijvoorbeeld maximaal 30 dB op de erfgrens. Dat klinkt redelijk, maar bijna geen enkele buitenunit haalt het, en zo wordt een geluidseis in feite een verkapt verbod. Wat helpt: neem een geluidsberekening van je installateur mee naar de vergadering, bied een omkasting aan en wijs op redelijkheid. De wet vraagt 40 dB ’s nachts op de erfgrens, en een VvE mag een verzoek niet willekeurig afwijzen. Kom je er echt niet uit, dan kan de rechter zo’n weigering toetsen, maar dat is de lange weg. Overtuigen werkt meestal beter dan procederen.
Twee regels die overal gelden
Sinds april 2021 geldt voor nieuw geplaatste buitenunits (verplaatsbare apparaten uitgezonderd) een landelijke geluidseis: maximaal 40 dB ’s avonds en ’s nachts op de erfgrens of bij de gevel van de buren. Die eis staat inmiddels in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Vraag je installateur standaard om de geluidsberekening; een serieus bedrijf maakt die toch al, en je hebt hem later nodig als een buurman of de VvE moeilijk doet.
En: wie met koudemiddel werkt, moet een F-gassencertificaat hebben. Dat is verplicht, geen vrijblijvend keurmerkje. Vraag ernaar voordat je tekent. Een installateur die er vaag over doet, is je antwoord.
Monument of beschermd stadsgezicht
Hier is de gemeente de baas. Voor een buitenunit aan een monument of in een beschermd stadsgezicht heb je een omgevingsvergunning nodig, en een unit die zichtbaar is vanaf de openbare weg wordt vrijwel nooit vergund. Een binnenplaats of een plat dak uit het zicht maakt soms wél kans. De regels verschillen per gemeente: doe de vergunningcheck op het Omgevingsloket en vraag de gemeente om vooroverleg voordat je iets koopt. Dat vooroverleg is bij veel gemeenten gratis en bespaart je een afgewezen aanvraag.
Als de buitenunit echt niet mag
Trap dan niet in de webshopbelofte van de slangloze wondermachine; waarom die vrijwel altijd tegenvalt, lees je in ons verhaal over de airco zonder buitenunit. Wat wél werkt voor de slaapkamer is voorkoelen. Zet een mobiele airco met raamafdichtingsset in de kamer en koel die vóór het slapen naar 20–21 graden. Daarna: apparaat uit, raam dicht, stille ventilator aan voor de nacht. Je valt in slaap in een koele kamer zonder ronkende slang naast je bed, en aan de gevel is niets te zien.
Twijfel je wat er in jouw situatie mag en wat het slimste is? De Zomerproof-check stelt precies deze vragen (koop, huur of VvE, hoe vaak te warm, zonwering aanwezig) en verwerkt de antwoorden in de uitslag, inclusief de “mag het bij mij?”-laag.